Trotsky

Door het zoeken naar onze eerste Greyhound waren we in contact gekomen met Rita van de Nederlandse Greyhound Club. We leerde haar kennen als een lief en hartelijk mens en we werden vrienden. We werden aktief in de renwereld en gingen Rita helpen in het bestuur van deze rasvereniging.
We maakte samen 6 x per jaar een blad over het wel en weer van de Greyhound en via deze weg kwamen we op het verhaal over de Spaanse Greyhound, de Galgo.
Een ras wat in Spanje vreselijk mishandeld wordt. Ze worden levend opgehangen en om een heel lang verhaal kort te houden worden ze gewoon heel slecht behandeld.

Er werd een noodoproep gedaan in dit blad en Patrick en ik besloten dat waar er 3 honden kunnen eten (Rambo, Rocky en Special) er ook wel 4 kunnen eten, als Runner niet was overleden hadden we er tenslotte ook 4 gehad.

We zijn in contact gekomen met de organisatie Greyhounds In Need Engeland en via hun zijn we in Belgie onze eerste Spanjaard op gaan halen.
Op 16 januari 1999 zijn we naar Belgie gereden, naar Animaux en Peril wat Dieren in Nood betekend.
Er zaten daar een paar Galgo’s en wij vielen beide voor een licht gestroomd reutje, niet al te groot, maar hij kwam meteen naar het hek toe om te knuffelen.
We zijn toen even met hem gaan wandelen samen met onze eigen honden en dat ging allemaal prima. Heel officieel heb ik toen nog gekeken wat ik allemaal met hem kon doen, tandjes kijken, pootjes vastpakken. Hij liet alles toe. Dat dat geen garantie is voor de toekomst kwamen we later pas achter. 

Na een zware screening en een telefoontje naar een bekende van ons die ook weer bekend was met hun mochten we dan serieus gaan praten over Mr. Trotsky.
Er werd ons verteld dat dit zijn laatste kans was, hij was al eens eerder geplaatst en hapte naar de eigenaar. Hij kon niet met kinderen, katten en kleine hondjes en zou zeker niet de makkelijkste hond zijn die we uit konden kiezen.
Aangezien wij eigenwijs waren en gevallen waren voor dit hondje hebben we doorgezet en kregen we hem mee naar huis.

 Eenmaal thuis gekomen merkte we inderdaad al snel dat hij soms vreselijk lief was, en soms ineens heel erg kon uitvallen naar ons. Vooral met het omdoen van de riem kon hij vreselijk uitvallen en beet dan ook echt naar ons.
We zijn beide meerdere keren gebeten door hem maar we gaven zomaar niet op. Zelfs mijn moeder is gebeten door hem maar ook zij was net als wij helemaal weg van deze jongen.
Hij had ook een hele lieve kant en naarmate de tijd vorderde leerde we hem ook beter kennen.

We waren op een gegeven moment zo ver dat ik aan zijn blik kon zien of hij zich goed voelde, of dat we hem met rust moesten laten.
Door Mr Trotsky heb ik enorm veel geleerd over hondengedrag, over waarom honden iets doen, waarom ze op een bepaalde manier reageren en hoe wij daar weer het beste op konden reageren.
Al snel lieten we hem ook door de dierenarts onderzoeken omdat het duidelijk was dat deze hond in weze heel lief was, maar dat er periodes waren dat hij zich niet lekker voelde.

Uit de eerste testen bleek dat er veel mis was met hem, allemaal afwijkende uitslagen kwamen er uit zijn bloedonderzoek, maar we konden maar niet ontdekken waar hij nou precies last van had.
Zijn schildklier werkte niet goed, maar de tabletten hielpen niet. Zijn lever was opgezet, zijn klieren wat vergroot.
Na vele tests en onderzoeken besloten we om de inmiddels beruchte Spaanse ziektes te laten controleren.
Eigenlijk hadden we dit niet nodig gevonden omdat hij hier in Spanje al op getest was, maar we wisten het echt niet meer en uiteindelijk bleek daar ook uit dat hij Leishmaniose had.

Hij was dus gewoon dood en dood ziek en dat verklaarde zijn gedrag.
Het vreemde was dat hij er verder prachtig uit zag, een mooie vacht, geen wonden of zweertjes.
Ook had hij lange periodes waarin hij heel goed was. Lekker speelde met de andere honden. Knuffelde met ons.

Hij kon inmiddels los lopen met kleine hondjes. Mijn neefjes speelde met hem met de bal en konden die zo uit zijn bek trekken. In zijn goede periodes was het een heerlijke vrolijke en enthousiaste lieve hond.
We begonnen de behandeling tegen deze nare ziekte, maar er ware vele ups en downs. Hij werd maar niet echt beter.
Inmiddels was het natuurlijk een enorm zorgenkindje waardoor je ook een enorme band krijgt met zo een hondje.
Zijn moeilijke karakter en zijn ziekte maakte het dat je heel veel met hem bezig was.

  

 

Hij was prachtig om te zien, ontzettend lief en zacht van karakter.
Ik weet nog dat hij op bed vaak tegen me aan lag met zijn kop in mijn nek en ondanks dat hij mij verschillende keren gebeten had was ik op die momenten niet bang.
Ik wist dat hij op die momenten gewoon genoot van de aandacht en de knuffels. Op de momenten dat hij ziek was zocht hij eenzaamheid op en moesten we hem met rust laten.
Toen we dat wisten ging het ook allemaal veel beter en werden we niet meer gebeten. 

Uiteindelijk wilde hij niet meer wandelen, wilde hij bijna niet meer eten en was het plezier uit hem verdwenen. De ziekte kan een hond van binnen helemaal kapot maken en we besloten dat dit niet meer langer kon.
We hebben hem, na vele gesprekken met de dierenarts, in laten slapen op 6 juli 2001 

Ondanks dat ik van al mijn honden enorm veel gehouden heb en heel veel verdriet heb gehad om alle honden die we verloren hebben was het verdriet om Trotsky het meest intens.
Maanden later kon ik nog huilen als we het over hem hadden.
En nu nog, blijft deze hond, een hele speciale hond voor mij. 

Maanden na zijn dood heb ik nog “contact” gehad met hem via een kennis van me. Zij vertelde me dingen over hem die ze niet kon weten en ze vertelde me ook dat het goed was.
Hij had vrede en was gelukkig………………..

Dat was voor mij een mooie afsluiting en een manier om met minder verdriet terug te kijken.