Trotsky
Trotsky
| Door het zoeken naar onze eerste Greyhound waren we in contact gekomen met Rita van de Nederlandse Greyhound Club. We leerde haar kennen als een lief en hartelijk mens en we werden vrienden. We werden aktief in de renwereld en gingen Rita helpen in het bestuur van deze rasvereniging. We maakte samen 6 x per jaar een blad over het wel en weer van de Greyhound en via deze weg kwamen we op het verhaal over de Spaanse Greyhound, de Galgo. Een ras wat in Spanje vreselijk mishandeld wordt. Ze worden levend opgehangen en om een heel lang verhaal kort te houden worden ze gewoon heel slecht behandeld. Er werd een noodoproep gedaan in dit blad en Patrick en ik besloten dat waar er 3 honden kunnen eten (Rambo, Rocky en Special) er ook wel 4 kunnen eten, als Runner niet was overleden hadden we er tenslotte ook 4 gehad. We zijn in contact gekomen met de organisatie Greyhounds In Need Engeland en via hun zijn we in Belgie onze eerste Spanjaard op gaan halen. Na een zware screening en een telefoontje naar een bekende van ons die ook weer bekend was met hun mochten we dan serieus gaan praten over Mr. Trotsky.
Eenmaal thuis gekomen merkte we inderdaad al snel dat hij soms vreselijk lief was, en soms ineens heel erg kon uitvallen naar ons. Vooral met het omdoen van de riem kon hij vreselijk uitvallen en beet dan ook echt naar ons. We waren op een gegeven moment zo ver dat ik aan zijn blik kon zien of hij zich goed voelde, of dat we hem met rust moesten laten. Uit de eerste testen bleek dat er veel mis was met hem, allemaal afwijkende uitslagen kwamen er uit zijn bloedonderzoek, maar we konden maar niet ontdekken waar hij nou precies last van had. Hij was dus gewoon dood en dood ziek en dat verklaarde zijn gedrag. Hij kon inmiddels los lopen met kleine hondjes. Mijn neefjes speelde met hem met de bal en konden die zo uit zijn bek trekken. In zijn goede periodes was het een heerlijke vrolijke en enthousiaste lieve hond.
Hij was prachtig om te zien, ontzettend lief en zacht van karakter. Uiteindelijk wilde hij niet meer wandelen, wilde hij bijna niet meer eten en was het plezier uit hem verdwenen. De ziekte kan een hond van binnen helemaal kapot maken en we besloten dat dit niet meer langer kon. Ondanks dat ik van al mijn honden enorm veel gehouden heb en heel veel verdriet heb gehad om alle honden die we verloren hebben was het verdriet om Trotsky het meest intens. Maanden na zijn dood heb ik nog “contact” gehad met hem via een kennis van me. Zij vertelde me dingen over hem die ze niet kon weten en ze vertelde me ook dat het goed was. Dat was voor mij een mooie afsluiting en een manier om met minder verdriet terug te kijken. |

